De kunstschilder Trees Ruijs overleefde een “Jappenkamp” tijdens de Japanse bezetting van het door Nederland gekoloniseerde Indonesië (1942-1945). Zij schreef er de sfeerrijke roman Het uitgeleende kind over. Zij is hiermee één van de laatste schrijvers over dit onderwerp (geboren 1925) die uit de eigen ervaring van een Indische jeugd kan putten.

Er is de laatste tientallen jaren veel literatuur door ooggetuigen gepubliceerd (fictie en non-fictie [1]) over de ca. 100.000 (Indische) Nederlandse gevangenen in deze Japanse burgerinterneringskampen. De omstandigheden in deze kampen waren zwaar: gewelddadige en vernederende bejegening door Japanse bewakers, veel corveewerk, slechte en onvoldoende voeding, abominabele en overvolle huisvesting in tropische hitte en gebrekkige medische verzorging. En de gevangenen leefden in totale onwetendheid van het lot van dierbaren buiten het kamp.